De stafkaart


Terug naar Locatie X menu

Kaarttekens
Een kaart is niet alleen een verkleinde, maar ook een schematische
afbeelding van de werkelijkheid. Doordat een kaart zoveel kleiner is dan de
werkelijkheid zouden een heleboel dingen onherkenbaar worden. Daarom
worden die dingen door symbolen vervangen. De betekenis van deze
kaarttekens vind je in de legenda.
Je hoeft niet alle symbolen die op stafkaarten gebruikt worden uit je hoofd te
kennen. We beperken ons tot de kaarttekens die in de tabel hieronder staan:

Legenda stafkaart

Het verschil tussen de verschillende tekens voor kerken is dat de tweede
variant, die met de stip, gebruikt wordt voor officiële afstandsmetingen. Je
hoeft je daar verder niet druk om te maken. Bij de tekens voor dijken,
hellingen en dergelijke geldt steeds dat de brede kant van de “tanden” de
hoge kant aangeeft. De tanden wijzen dus van boven naar beneden.
Door het gebruik van verschillende kleuren voor wei (lichtgroen), akker (wit),
bos (donkergroen), heide (roze), zand (geel) en water (blauw) kun je in één
oogopslag een indruk van de omgeving krijgen. Bij een zwart-witkopie gaat
dit natuurlijk voor een deel verloren, maar meestal kun je een stuk bos nog
wel onderscheiden van een weiland of een akker.
Let op: op de kaart staan ook de grenzen van gemeente, provincie en land.
Op een kleurenkaart zijn die heel goed te herkennen omdat ze geel zijn
gekleurd, maar op een zwart-witkopie zijn de gemeentegrenzen gewoon
stippellijnen. Hou ze in de gaten, want je zou niet de eerste zijn die zo’n grens
voor een bospad aanzag!

Hoogtelijnen
Als je in heuvelachtig gebied een stuk gaat lopen wil je natuurlijk graag weten
of je veel moet klimmen en dalen. Nu is een kaart helaas een plat vlak. Om
daarin hoogteverschillen aan te geven moet je gebruik maken van een
hulpmiddel: hoogtelijnen. Dit zijn lijnen die punten met elkaar verbinden die
op dezelfde hoogte liggen. Een getal op de lijn geeft de hoogte aan. Het
nulpunt ligt op zeeniveau. Op stafkaarten zijn deze hoogtelijnen bruin van
kleur.
Het hoogteverschil tussen twee naast elkaar lopende hoogtelijnen heeft een
vaste waarde. Op Nederlandse stafkaarten is dit 2,5 meter. Als er heel veel
hoogtelijnen naast elkaar lopen wordt niet bij elke hoogtelijn apart de hoogte
vermeld.Je kijkt dan gewoon tussen welke twee hoogtelijnen een lijn in ligt.
Zijn dit bijvoorbeeld de hoogtelijn voor 5 meter en die voor 10 meter, dan is
de tussenliggende hoogtelijn die voor 7,5 meter. Bij de top van een heuvel of
de bodem van een dal wordt vaak apart de hoogte vermeld. Dit zijn de losse
getallen die je overal op de kaart ziet staan.
Aan de onderlinge afstand tussen de hoogtelijnen kun je zien hoe steil de
hellingen in het landschap zijn. Als de hoogtelijnen dicht bij elkaar liggen heb
je te maken met een steile helling. Je hoeft je dan maar weinig meters in
horizontale richting af te leggen om 2,5 meter te stijgen of te dalen.
Omgekeerd betekent een grote afstand tussen de hoogtelijnen dat het terrein
redelijk vlak loopt. Het is handig om hiermee rekening te houden als je een
route uitstippelt in een heuvelachtige gebied. De kortste route in dat soort
gebieden is namelijk lang niet altijd de minst vermoeiende.

Bron: Techniekenboekje, André Witloxtroep, Scouting Lucas, ‘s-Hertogenbosch

Terug naar Locatie X menu